
- Als ik een magazine in mijn handen heb, begin ik altijd achterin met bladeren. Ik blader dus van achter naar voren in plaats van van voor naar achteren.
- Ik moet aan papier ruiken. Bijvoorbeeld aan een nieuw gekocht boek of een flyer die ik in mijn handen gedrukt krijg in de stad. Of bijvoorbeeld een informatieboekje. Ik heb dat niet met gewoon printpapier, folders of kranten.
- Als ik in een winkel zie dat iets niet op zijn plek staat, ligt of hangt, heb ik heel erg de neiging om het goed te leggen. “Daar is het winkelpersoneel voor Wendy!”, zegt mijn vriend dan en mijn zusje: “Jij zou gek worden als je in een kledingwinkel werkt.”
- Als ik op de wc zit, dan ga ik vaak zitten spelen met de zoom van mijn shirtje/truitje. Meestal ga ik hem zitten vouwen. In de lengte of de breedte. Zigzaggend heen en weer. Ik doe dit echt al zolang als ik me kan herinneren.
- Ik speel ook regelmatig met een plukje van mijn haar. Ik draai het rond om mijn vinger, maak een vlechtje, maak er “knoopjes” in of draai het in de lengte rond. Soms stop ik het zelfs in mijn mond. Deze tik heb ik trouwens van mijn moeder.
- Ik kan moeilijk stil zitten met mijn voeten. Vaak ga ik ze heel hard zitten wiebelen. Dan heb ik mijn benen over elkaar en de voet die dan vrij in de lucht hangt, schud/wiebel ik hard heen en weer. Ook iets wat ik van mijn moeder heb. Mijn vader werd er vroeger al gek van en Kevin tegenwoordig ook.
- Ik vermijd de proefbakken in supermarkten altijd angstvallig. Ik heb echt geen smetvrees ofzo, maar zulke pakken vind ik echt ranzig. Vooral als ik zie hoeveel kinderen er uit staan te graaien. Een schap verderop stonden ze nog uit hun neus te eten, hun duim in hun mond of niesden ze in hun handje en nu graaien ze lekker door die bak met pepernoten of M&M’s.
- Als we door een tunnel rijden, houd ik me adem in. Dat is iets wat mijn zusje en ik deden toen we klein waren en uit automatisme doe ik het soms dus nog steeds. Maar als ik aan het praten ben, dan praat ik gewoon door. Het is dus meer iets wat ik tijdens de stille momenten in de auto doe. En alleen als bijrijder.
- Als ik thuis ben, schenk ik bijna nooit een glas te drinken voor mezelf in. Ik neem dan eigenlijk altijd gewoon een slok uit de fles of uit het pak. Vreemd, want het is misschien wel net zo vies als die kinderhandjes in de proefbakken.
- Als ik Nibbits eet, eet ik altijd eerst de gele/oranje variant op en bewaar ik de rode chipjes voor het laatst.
